Doodnormaal elftal met een rugzakje

 Doodnormaal elftal met een rugzakje

Rekening houden met elkaar

Met de andere vier gaat de integratie in het team wel goed. Er zit een jongen met schizofrenie bij. Hij is niet zo handig in de communicatie. Het mooie is dat iedereen er rekening mee houdt. Het doet deze jongens, waarvan niemand eerder lid van een vereniging is geweest, echt goed. Je ziet hun zelfvertrouwen groeien. En ze beleven er ontzettend veel plezier aan. "


"In principe kan iedereen zich inschrijven in het elftal 'normaal' of met 'rugzakje'. Voor de buitenwacht zijn we ook niet bijzonder. Aan de jongens is namelijk niets te zien van hun beperking. We verlangen van iedereen hetzelfde, inzet en discipline. Alleen, als daar behoefte aan is, dan stuur ik wat bij.


Niemand wordt verplicht om in het team te voetballen. Er zijn ook mensen die per se niet bij ons willen spelen. Prima, voor degenen die het voor het volgende seizoen interessant vindt, want we zitten nu vol: het is ook mogelijk om eerst een paar trainingen proef te draaien om te kijken of de klik er is."


Waarom Kok zichzelf naast zijn reguliere werktijden dit extra werk ook nog op de hals haalt? "Omdat ik het geweldig vindt om te zien wat het voor die jongens betekent. En bovendien: iedereen kan een psychose krijgen. Ook jij en ik. Het is een bepaald stofje in de hersenen dat ontbreekt. Wat zou jij ervan vinden als je daarom niet welkom bent bij een vereniging?"


Bron: ‘Voetbal.nl, het platform voor amateurvoetbal in Nederland,  2011

Zo op het eerste gezicht is het een team als alle andere: Scheveningen 6. "Enerzijds zijn wij ook een normaal team. We zijn allemaal jongeren die het geweldig vinden om op zaterdag lekker te voetballen", zegt Mario Kok. "Anderzijds zijn we bijzonder. In het team zitten een paar jongens met een vorm van ADHD, schizofrenie en autisme. Mensen met dergelijke psychiatrische diagnose spelen doorgaans niet in een 'gewoon' elftal."


Mario Kok werkt voor de Stichting Anton Constandse in Den Haag. Een stichting die mensen met een psychiatrische diagnose een thuis biedt en persoonlijke begeleiding geeft. "We proberen ieders mogelijkheden maximaal te ontplooien", legt de activiteitenbegeleider uit. Sporten hoort daar vanzelfsprekend bij. "En voetbal behoort uiteraard tot de favoriete activiteiten. Voorheen deden we dat in het park of op een veldje. Altijd met dezelfde jongens en maar weer teams maken. Na een tijdje wilden ze graag wat anders. En op een dag gaven een paar jongens aan dat ze graag op een vereniging wilden om in een echt team te voetballen".

De standaardreflex is vaak:  onmogelijk. Kok, daarentegen dacht, 'waarom niet'? "Ik ben gaan informeren bij clubs in de buurt. Voetbalvereniging Scheveningen vond het een goed idee. Het is een geweldige club die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid kent en pakt", prijst hij. 


Welke mens is nou normaal

Vorig jaar sloot hij zich met vijf jongens die hij begeleidt aan bij Scheveningen 7, een elftal dat verder bestaat uit 'normale' jongens. "Zet dat maar tussen haakjes, ja, want welk mens is nou normaal?". Iedereen heeft zijn sores en zijn gebruiksaanwijzing, weet Kok. Dit jaar gaat het team door het leven als het zesde. "Omdat er een ander team is weggevallen hoor, verduidelijkt hij, eigenlijk ging het eerste seizoen heel goed. Prestatief niet zozeer, want we werden één-na-laatste in de competitie (het team is ingedeeld in de zevende klasse van een KNVB-competitie, red.). Wel qua sportieve beleving, kameraadschap en samenwerking."


Kok ging zelf ook in het team voetballen, dat bovendien zichzelf bedruipt met behulp van sponsoring van de Stichting Anton Constandse en sportartikelenzaak Free Kick Sport. "Om het proces te begeleiden. We zijn dit seizoen lekker verder gegaan. Dat hadden we niet gedaan als het niet werkte. Het eerste jaar was toch een verkenning." Zowel Mario Kok als Scheveningen waren tevreden.


Het gaat echt niet allemaal zonder slag of stoot, geeft de begeleider eerlijk toe. Van de oorspronkelijke vijf jongens met een rugzakje, zoals Kok ze noemt, zijn er vier overgebleven. "Een jongen met ADHD, bleek het toch niet aan te kunnen. Hij had een te grote mond en te weinig discipline. Hij kwam en ging wanneer hij wilde. Hij kon zich niet schikken naar de regels van  het team. Hij wilde bijvoorbeeld niet gewisseld worden. We hebben toen gezegd: dit gaat zo niet langer."